Qi en acupunctuur

Acupunctuur is een onderdeel van de traditionele Chinese geneeskunde. Dit is een van de oudste en ook volledigste geneeskundige systemen die tegenwoordig wereldwijd wordt toegepast.

Enkele traditionele Chinese opvattingen liggen ten grondslag aan acupunctuur. Zo is er de opvatting dat het menselijke lichaam een interne energiebron heeft: Qi. De energie die daaruit ontspringt moet vrijelijk in het lichaam kunnen doorstromen. Dan krijgen ziekten geen kans. Ook dat yin (het vrouwelijke element) en yang (het mannelijke element) met elkaar in balans moeten zijn, is een belangrijk aspect van de Chinese zienswijze op gezondheid.

In het menselijke lichaam stroomt Qi langs meridianen die net onder de huid lopen en met de organen en orgaanfuncties corresponderen. Er zijn twaalf hoofdmeridianen en een aantal hulpmeridianen. Op het menselijke lichaam zitten specifieke punten die fungeren als poorten voor chi. Is een meridiaan geblokkeerd dan wordt de doorstroming van de energie belemmerd en is ziekte het gevolg. Door enkele van die punten met naalden te prikkelen worden blokkades opgeheven. De naalden kunnen ook nog worden gestimuleerd met warmte of elektriciteit.

Het is uiteraard van groot belang dat de acupuncturist een goede diagnose weet te stellen en de juiste acupunctuurpunten vindt. Daarvoor kan hij gebruik maken van verschillende hulpmiddelen.

Acupunctuur is een succesvolle therapie gebleken bij een groot aantal ziekten en aandoeningen, uiteenlopend van verkoudheid tot chronische pijn.