Auriculo volgens Nogier

Auriculo of ooracupunctuur – de bakermat daarvan ligt niet in China, maar in Frankrijk. Daar ontdekt de Franse arts Paul Nogier begin jaren ’50 van de vorige eeuw bij een paar patiënten van hem kleine brandlittekens op het oor. Navraag leert dat die littekens overblijfsels zijn van een succesvolle behandeling tegen ischias door een zigeunergenezer. Die gebruikte daarbij een gloeiende ijzeren staaf om bepaalde punten op de oorschelp te bewerken. De pijn verdween daardoor snel, vaak al tijdens de behandeling.

Nogiers belangstelling is gewekt. Hij gaat op onderzoek uit om te zien of dat ook op een andere manier kan dan met gloeiend heet ijzer. Nogier probeert of naalden ook dezelfde uitwerking hebben, en met succes. Omdat ischias volgens de chiropraxis op een verschuiving wijst van de vijfde lendewervel, komt hij op de gedachte dat de rand van de oorschelp wel eens de wervelkolom kan weerspiegelen. Intuïtief bedenkt hij dat als dat klopt de oorschelp heel goed overeenkomt met het menselijke embryo. Uit deze voorstelling ontwikkelt Nogier de hypothese over de acupunctuurpunten op de oorschelp. Hij komt daarmee met een heel bruikbaar model dat nog steeds wordt gehanteerd.

Naar aanleiding van berichten in de Chinese media over Nogiers bevindingen in de jaren ’50 en ’60 gaan Chinese acupuncturisten daarmee aan de slag. In de daaropvolgende jaren ontwikkelt de ooracupunctuur zich daar verder tot de ‘Chinese ooracupunctuur’. Kenmerken daarvan zijn: eenvoud, integratie met de lichaamsacupunctuur en een traditionele methodologie. In het Westen wordt getracht aansluiting te vinden met de westerse geneeskunde en westerse principes. Momenteel heeft de ooracupunctuur zich een vaste plaats veroverd in de complementaire geneeskunde die gebaseerd is op de grondbeginselen van de Chinese opvattingen over energiestromen, blokkades en het door prikkelen van punten op de oorschelp opheffen van die blokkades.